Blog
Wrakkenwet in de praktijk
Door : Michiel de GrooteDatum : 19.08.2026 15:51:51
WRAKKENWET IN DE PRAKTIJK
Aan de wens om alle wetgeving over de fysieke leefomgeving in een allesomvattende wet op te nemen (namelijk de Omgevingswet en de vier bijbehorende AMvB’s) is in ieder geval één klein wetje ontsnapt. Daarmee doel ik op de Wrakkenwet, die overigens al sinds 1885 bestaat. Op 9 april 2026 deed de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak in een zaak over het weghalen van een boot op basis van de Wrakkenwet. Bijzonder, want de afgelopen 10 jaar is er maar één andere zaak geweest over toepassing van de Wrakkenwet. In dit blog wordt ingegaan op de mogelijkheden van deze wet aan de hand van de recente uitspraak.
Waar gaat de wet precies over?
Artikel 1 lid 1 van de Wrakkenwet zegt dat “vaartuigen, overblijfselen van vaartuigen en alle andere voorwerpen in openbare wateren, gestrand, gezonken of aan den grond geraakt, of vastgeraakt op of in waterkeringen of andere waterstaatswerken” door de waterbeheerder kunnen worden opgeruimd. De Wrakkenwet creëert dus een bevoegdheid voor de waterbeheerder om wrakkige boten te verwijderen.
Hoe gaat het in z’n werk?
De bevoegde overheid weet vaak niet wie de eigenaar van de wrakkige boot is. Veelal betreft het een bootje dat als het ware door de eigenaar in de steek is gelaten. In beleidstermen worden deze bootjes dan ook weleens weesbootjes genoemd. Er wordt bij het bootje een kennisgeving achtergelaten (een sticker of aanplakbesluit), waarin staat dat het bootje binnen een bepaalde termijn zal worden weggehaald. Dat is juridisch gezien een beschikking om op basis van bestuursdwang na ommekomst van de gestelde termijn het wrak weg te halen op kosten van de eigenaar. Als die kan worden gevonden. Het bootje moet in principe een tijd worden bewaard, mocht de eigenaar zich nog melden en het bootje reclameren. Dat is terug te lezen in artikel 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht.
Wat ging het in de rechtszaak om?
De eigenaar van het bootje meldde zich dit keer juist wel. Hij voerde twee redenen aan waarom het waterschap van dienst iets verkeerd zou hebben gedaan. In de eerste plaats was er helemaal geen sprake van een wrak of wrakkig bootje. Er stond weliswaar water in het bootje en het zag er misschien niet al te best uit, maar de eigenaar was van plan om het bootje mooi op te knappen. In de twee plaats zou het waterschap op een verkeerde wijze bestuursdwang hebben toegepast. Er is gekozen voor spoedeisende bestuursdwang, waarbij er wel een besluit op schrift is gesteld maar er direct wordt opgetreden door verwijdering van het wrak. Volgens de eigenaar zou er eerst een termijn moeten gesteld van enkele weken.
Wat oordeelt de bestuursrechter?
Het was wel degelijk een wrak, zegt de rechter. Het bootje hing helemaal in het water. Dat het mogelijk nog had kunnen worden gerepareerd op een later moment, is niet van belang. Er hoeft volgens de Wrakkenwet niet te worden beoordeeld of het bootje nog zelfstandig drijvend vermogen heeft of dat reparatie nog mogelijk is. Dan de spoedeisende bestuursdwang. Omdat het bootje goeddeels onder water lag, kon niet worden vastgesteld of er schadelijke stoffen aanwezig waren en of die lekten dan wel nog konden gaan lekken. Uitgebreid onderzoek ter plaatse gaat te ver. Het waterschap heeft een ergere situatie willen voorkomen door het wrak meteen te verwijderen en dat achtte de rechter toegestaan.
Kunnen gemeenten ook bevoegd zijn om wrakken uit het water te halen?
Ja, dat kan. Er is volgens de Wrakkenwet alleen een bevoegdheid voor de waterbeheerder. Dat is normaalgesproken het waterschap. Voor de grote rivieren, meren en de zee (rijkswater) is dat Rijkswaterstaat. De gemeente kan ook bevoegd zijn, maar dan op basis van een eigen verordening. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor het aanzien van de openbare ruimte. Ook het openbaar toegankelijke water in de gemeente behoort tot die openbare ruimte. Ontsiert een wrakkige boot de openbare ruimte, dan kan een gemeente bestuursdwang toepassen. Naast het waterschap uit de regio is dan dus ook de gemeente bevoegd. Zo heeft de gemeente Den Haag zichzelf bevoegd gemaakt door een regel op te nemen in artikel 19 lid 3 van de Verordening op de binnenwateren voor de gemeente Den Haag. Deze bepaling verplicht de schipper (normaalgesproken is dat de eigenaar) om het vaartuig in een zodanige staat te houden dat het geen afbreuk doet aan het aanzicht van de gemeente. Laat je een wrak liggen als eigenaar, dan overtreed je de gemeentelijke verordening. De gemeente mag dan handhaven via bestuursdwang.
Kortom, er zijn goede mogelijkheden om wrakken weg te halen. Eigenaren van wrakkige bootjes: wees gewaarschuwd!
Michiel de Groote
(NB: het bootje op de foto is niet het bootje uit de besproken rechtszaak)