Blog
Een cursus boeken?

Neem direct contact met ons op.

Vlaamse Silvamo-arrest zet waterkwaliteit op de kaart
Door : Michiel de Groote
Datum : 26.03.2024 12:28:28

Vlaams Silvamo-arrest zet waterkwaliteit op de kaart
In België is op 8 februari 2024 een belangrijk arrest gewezen over een vergunde lozing van afvalwater met PFOS-houdende stoffen (RvVb-A-2324-0438). Het was de vraag of een stortplaats het verontreinigde afvalwater mocht lozen op de Speyebeek en de Handzame Vaart. Nee, was het antwoord van de Vlaamse Raad voor vergunningbetwistingen (RvVb), waar de procedure aanhangig was gemaakt. In ieder geval niet zonder goed te kijken naar de effecten van dat afvalwater op de waterkwaliteit.

Wat speelde er precies?
In de plaats Kortemark is sinds 1996 een stortplaats in gebruik, geëxploiteerd door Silvamo NV. In 1999 is er een zuivering geplaatst voor percolaat. Dat wil zeggen dat ‘lekwater’ van de stort eerst wordt gezuiverd, voordat het wordt geloosd op nabijgelegen waterlopen. Omdat de stortplaats wil uitbreiden en PFOS-houdende grond wil kunnen innemen, vraagt Silvamo een vergunning aan. Die vergunning wordt door het Vlaamse Gewest verleend op 15 november 2022. Het afvalwater dat op de Speyebeek en de Handzame vaart zou worden geloosd mocht maximaal 20 ng/l aan PFOS-houdende stoffen bevatten. Enkele omwonenden en een natuurorganisatie zien liever helemaal geen lozing van PFOS-houdende stoffen in het oppervlaktewater. Om die reden kwamen zij op tegen de vergunning bij de RvVb.

Rechtsoordeel
Op pagina 46-47 van het arrest valt te lezen om welke reden de Raad de vergunning vernietigt. In de adviezen die zijn ingewonnen bij de vergunningverlening noch in het besluit zelf is beschreven of de lozing een negatief effect heeft op de waterkwaliteit. Dat is niet de bedoeling, want de Kaderrichtlijn Water en bijbehorende rechtspraak (zoals het Wezer-arrest, ECLI:EU:C:2015:433) schrijft voor dat bij een te vergunnen activiteit geen verslechtering van de waterkwaliteit mag optreden. Kennelijk heeft de vergunningverlenende instantie, ook gaandeweg de procedure, niet duidelijk kunnen maken wat nu het verwachte effect is van de lozing van PFOS-houdend afvalwater. Het gebrek aan onderzoek naar de mogelijk achteruitgang houdt een schending van het motiveringsbeginsel in. Dat betekent dan ook een vernietiging van de vergunning met de plicht voor het Vlaamse Gewest om binnen vier maanden een nieuw besluit te nemen.

Tot slot
Het kan nog alle kanten op na zo’n vernietiging, dus we gaan het vervolg van de deze zaak in de gaten houden. Hoe dan ook, bij onze zuiderburen is (inmiddels) gelukkig veel aandacht voor waterkwaliteit. Want net als Nederland heeft België een probleem met het halen van de KRW-doelen.

Michiel de Groote, jurist bij Waterschapsland