Geringe overtredingen en onevenredige handhaving
Door : Michiel de Groote
Datum : 12.07.2019 18:41:51

Geringe overtredingen en onevenredige handhaving

In Nederland geldt een beginselplicht tot handhaving. Bij een overtreding móet er worden gehandhaafd. Slechts in bijzondere gevallen mag hiervan worden afgeweken. Zo’n bijzonder geval doet zich voor bij een concreet zicht op legalisatie van de overtreding. Het kan zich ook voordoen wanneer handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot het doel van de handhaving. Dit laatste speelde in een recente Alkmaarse zaak over een garage-opbouw. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed uitspraak op 10 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2326). Anders dan de rechtbank vond de hoogste bestuursrechter dat de gemeente niet mocht afzien van handhaving. Na vernietiging van de rechtbankuitspraak moet de gemeente nu een nieuw besluit nemen.

Het ging in deze kwestie over een garage-opbouw, die volgens de gemeente vergunningvrij kon worden gebouwd. Los van de vraag of er een vergunning nodig was, bleek de opbouw 7 cm te hoger dan de bestemmingsplanregels toestonden. De gemeente wilde echter niet gaan handhaven, zodat negatief werd beslist op een verzoek om handhaving. De rechtbank volgde de gemeente hierin. Hoewel (het college van B&W van) de gemeente bevoegd was tot handhaving, mocht zij daarvan in redelijkheid afzien nu handhaving onevenredig was in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

De Raad van State keek er anders tegenaan. De overtreding werd niet als een “geringe overtreding” gezien. Dat “de nodige, mogelijk ingrijpende, aanpassingen aan het bouwwerk moeten worden verricht” als er handhavend wordt opgetreden, is geen reden om dan maar van handhaving af te zien. Het oordeel luidt dan ook: “De rechtbank is ten onrechte tot het oordeel gekomen dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.”

Het is de vraag wat dan wél als een geringe overtreding kan worden gezien. Om dat in te kleuren wijs ik op een uitspraak van de Raad van State van 20 december 2017. In die rechtszaak ging het om een vergunde muur, die na het metselen 1 cm te hoog bleek. De gemeente Oldenzaal weigerde om te gaan handhaven, nadat een buurman hierom had verzocht. Deze overtreding vond de raad van State wel aan te merken als gering. Bovendien had de buurman van die ene cm extra geen last, althans hij werd daardoor niet in zijn belangen geschaad. De kosten van het aanpassen van de strikt genomen te hoge muur zouden daarnaast buitenproportioneel zijn. Daarom mocht Oldenzaal afzien van handhaving. Voor de goede orde, dit is wel echt een uitzonderingsgeval.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2017:3485&showbutton=true&keyword=ECLI%3aNL%3aRVS%3a2017%3a3485

Hieronder nog de link naar de recente uitspraak over de garage-opbouw:
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2019:2326&showbutton=true

Michiel de Groote, advocaat

(Photo by B. Ibrao on Unsplash)