Wat als 't waterschap beëindiging van een overtreding blokkeert?
Door : Michiel de Groote
Datum : 13.12.2018 12:18:57

Wat als 't waterschap beëindiging van een overtreding blokkeert?

De gemeente Waterland wilde optreden tegen het verbreden van een waterloop in strijd met de planregels. Aan legalisering werd niet meegewerkt. Een last onder dwangsom volgde. Voor de uitvoering van de last had de overtreder echter een watervergunning nodig. Daarmee had het lokale waterschap ineens een doorslaggevende invloed op het al dan niet verbeuren van een dwangsom. Dat roept op de vraag hoe het waterschap zich in zo’n geval moet opstellen.

Er zijn twee situaties denkbaar: 1) de watervergunning kan worden verleend na een ontvankelijke aanvraag en 2) het waterschap wil de watervergunning weigeren. In het eerste is er niks aan de hand. In het laatste geval zal er een dwangsom verbeuren – met dank aan het waterschap. Is het waterschap in geval 2 gehouden om toch de vergunning te verlenen? Of om eventueel de schade te vergoeden?

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoorde deze vragen in de uitspraak van 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3952). https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2018:3952

In de rechtszaak tegen het dwangsombesluit voerde de overtreder aan dat het waterschap geen watervergunning wilde verlenen en dat daarom niet kon worden gehandhaafd door de gemeente. Daar ging de bestuursrechter niet in mee.

“De rechtbank heeft het college terecht gevolgd in zijn standpunt dat niet is gebleken dat het Hoogheemraadschap niet bereid zou zijn de benodigde watervergunning te verlenen. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, leidt niet tot het oordeel dat het college zich niet op de standpunt heeft kunnen stellen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat er geen aanknopingspunten aanwezig zijn voor het oordeel dat reeds op voorhand vast staat dat de watervergunning ondanks een daartoe ingediende toereikende aanvraag nimmer zal worden verleend. In dat verband is van belang dat [appellant] niet heeft aangetoond dat de watervergunning reeds is geweigerd. Voorts heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat deze, ondanks een toereikende aanvraag, niet zal worden verleend. Anders dan [appellant] betoogt, lag dat wel op zijn weg.”

De overtreder had in deze zaak richting het waterschap dus maar weinig actie genomen. Dat wordt de overtreder begrijpelijkerwijs aangerekend. Het aardige aan deze uitspraak is dat de Afdeling bestuursrechtspraak vervolgens ingaat op wat ik hiervoor als situatie 2 heb omschreven. De overtreder komt bij een weigering van de watervergunning in een soort overmachtssituatie. Al zou hij het willen, hij mág de overtreding van het waterschap niet ongedaan maken. Dit is wat er dan gebeurt:

“Indien de watervergunning ondanks een toereikende aanvraag daartoe, [appellant] alsnog zou worden geweigerd, kan hij het college verzoeken de last met betrekking tot het afgraven van de grond op te heffen wegens onmogelijkheid om aan de last te voldoen als bedoeld in artikel 5:34, eerste lid, van de Awb. Besluit het college daartoe over te gaan, dan kan het de last onder dwangsom in zoverre met terugwerkende kracht opheffen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247).”

Ook uit de Memorie van Toelichting bij artikel 5:34 Awb volgt, dat het niet de bedoeling is dat een dwangsom verbeurt bij een overmachtssituatie. Maar let wel, het is een verantwoordelijkheid van de overtreder zelf om aan de slag te gaan met het waterschap en om tijdig een beroep te doen op artikel 5:34 Awb. Het waterschap hoeft zich niet druk te maken over aansprakelijkheid, indien het de watervergunning op basis van de toets uit artikel 6.21 waterwet moet weigeren. Dit besluit is immers juridisch correct. Dat een overtreder zonder vergunningverlening in de knel komt, is geen reden om de watervergunning dan toch maar te verlenen.

Michiel de Groote

(Photo by T. Mossholder on Unsplash)